NCOG

Voor Vernieuwing en Verbetering van de Openbare Gezondheidszorg
 

Congresverslag 2009

Preventie en zorg achter één deur?

NCOG congres 2009
Woensdag 4 november 2009
Locatie ZonMw te Den Haag

Gedurende het congres kwam telkens naar voren dat het probleem van het goed laten aansluiten van preventie en zorg zowel inhoudelijk als financieel complex is. Er is al veel veranderd, er is veel aan het veranderen en er moet ook nog veel veranderen. “Het zijn moeilijke tijden”zoals verzucht werd maar het biedt aan de andere kant ook veel mogelijkheden.

De voorzitter van het NCOG, de heer Roscam Abbing tevens dagvoorzitter, opende het congres met een duidelijk overzicht van wat er al is aan preventie binnen curatie en wat de uitdagingen zijn voor meer preventie binnen curatie. Hierna ging de heer Koster in op de rol en de visie van het ministerie van VWS op het huidige chronisch zieken en preventiebeleid, op de zorgstandaarden, ketenzorg en functionele bekostiging. De heer de Gouw gaf zijn visie op selectieve en geïndiceerde preventie en de rollen die de verschillende partijen hierin (zouden moeten) spelen. De heer de Kort legde uit wat het programma ‘De gezonde regio’ inhoudt, wie daaraan meedoet en wat de ambities zijn. (zie powerpoint presentaties).

In de aansluitende discussie werd onder andere ingegaan op integrale zorg. Deze omvat ook preventie en kent meer spelers dan alleen huisartsen en praktijkondersteuners. De hele eerstelijn zal van karakter gaan veranderen. Wat de rol van de GGD daarin wordt is nog onduidelijk. Vaak moeten GGD-en terug naar hun Gemeente als iets hun taakstelling overstijgt. Geld speelt daarbij uiteraard een rol maar wordt vaak teveel gemengd met de inhoud. Zo is de zorgstandaard een inhoudelijk instrument met een bijpassende financiering maar dat zijn gescheiden zaken. Professionals moeten vanuit de inhoud komen tot een zorgstandaard. De overheid voert daar geen regie op en geeft ook niet aan wie de regie moet voeren, dat kan ook per onderwerp verschillen. De overheid creëert alleen randvoorwaarden.
Er wordt al jaren geroepen ‘de patiënt centraal’ maar dat moet nu ook eindelijk eens gaan gebeuren. Maar de patiënt/cliënt moet ook zijn eigen (mede)verantwoordelijkheid nemen. Geopperd wordt dat dit in de vorm van een contract tussen cliënt en zorgaanbieder kan gebeuren waarin beide overeenkomen wat men in een bepaalde tijd wil bereiken. Bijvoorbeeld over 2 maanden gestopt zijn met roken maar nog niet afgevallen. De overheid is hier nog huiverig voor maar “de gezondheidsfondsen zouden dit wel kunnen promoten” zoals de directeur van het Astmafonds zei.

De middag begon met de presentatie van de heer Romeijnders die zijn licht liet schijnen vanuit een Zorggroep (200 huisartsen) over wat er wel en (nog) niet goed gaat bij zorgprogramma’s en individuele zorgplannen. Daarna werd de aandacht verlegd naar E-Health en geestelijk gezondheid. Mevrouw Riper liet zien dat het mogelijk is met internet-programma’s ter voorkoming/vermindering van depressie of alcoholverslaving goede resultaten te bereiken in Nederland. Vanuit de verzekeraar (AGIS) ging mevrouw Verstappen in op het samenspel tussen zorgverbetering en kosten en op de mogelijkheden van het koppelen van declaratiegegevens aan GGD-gegevens.

In de discussie ging men in op het probleem dat sommige zorg wel door de ene verzekeraar maar niet door een andere wordt vergoed, met name op het snijvlak van geindiceerde en selectieve preventie. Elke zorgverzekeraar doet het op zijn eigen manier wat het ondoorzichtig maakt voor burgers en zorgverleners. Advies van mevrouw Verstappen aan zorgverleners: “geef in de onderhandelingen met de zorgverzekeraar aan wat je nodig vindt voor jouw patiënten”. Dit is voor een huisartsenpraktijk/zorgcentrum niet altijd even eenvoudig; ziekenhuizen zijn in onderhandelingen ‘gelijkwaardiger’ partners. Wel waarschuwde men voor de soms perverse prikkel die er van de marktwerking uitgaat.
ICT/Internet zal in de komende jaren een steeds grotere rol gaan spelen. Terugkoppeling van en aan patiënten via internet gebeurt meer, ook het routinematig volgen van (chronische) patiënten kan nu ook gemakkelijker plaatsvinden via internet.
De rol van preventie in de curatie wordt nog heel verschillend ingevuld. Er is een gevaar van medicalisering maar onderbehandeling is nog altijd een groter probleem dan overbehandeling.
In de GGZ is een trend zichtbaar van diseasemanagement naar healthmanagement: wat kunnen mensen wel?! Mensen moeten dan ook wel de middelen en instrumenten krijgen om het zelf te doen. Zelfmanagement langzaam opbouwen.

Met de conclusie dat we in woelige tijden leven, dat er nog veel gesproken zal worden over preventie in curatie en dat er nog veel zal veranderen in het preventie en zorgveld, sloot de voorzitter het NCOG-congres 2009 ‘Preventie en zorg achter één deur?

© acato 2006